Hallo wereld

11 januari 2015

Eerst goed peddelen, daarna…

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 18:47

In PeddelPraat 254 schreef Bob: “weg met de verdraaide peddel”.
Hij had een kraak- of kanopols opgelopen en had daar heen last meer van met een “rechte peddel”.
Ik vind dit een interessant discussie onderwerp, maar aan een discussie van de vorm enz. van de peddel vooraf moet gaan, namelijk:
De peddel goed gebruiken. Hoe houdt je hem vast en hoe beweeg je de peddel.
Ik vind dat je als eerst een goede, effectieve peddelslag moet aan leren.

Sommige lukt dat totaal niet. Maar zolang ze er gelukkig en tevreden mee zijn: prima.
Maar als men niet tevreden is met de snelheid die men haalt dan….
—-kopen sommige een andere, vaak langere snellere boot.
—-Een aantal geloven de wervende reclames van de peddelfabrikanten en kopen een ‘ergonomische’, dure peddel.
Als dat dan wat meer snelheid geeft, ook prima.

Maar de eerste echte en blijvende winst zit in: “GOED PEDDELEN!”

Vooraf moet ik opmerken dat ik een zeer lage peddelfrequentie heb.
Mijn peddel is een Lendal Nordkap van ongeveer 8 jaar oud.
Mijn praktijk berust op twee basisgegevens, die ik hieronder uitleg.

-1-
Rechtop zitten:
Je hebt een denkbeeldig, onzichtbaar touwtje, dat van je kruin naar je stuitje loopt. Dat moet je regelmatig even aantrekken.
Eén op de 20 keer moet je daar even aan denken. Daardoor ga je beter recht op zitten, je kan meer van je longinhoud gebruiken en… je hebt iets meer ruimte om je peddelslag effectief te verlengen. De peddel kun je dan iets dichter de boot in het water steken.
Dat “kruin-stuit touwtje” is de eerste oefening. Na verloop van tijd zul je merken dat, alleen dat al je snelheid verhoogt, zonder dat je echt meer fysieke inspanning kost.
Klaas Hofman vertelt altijd: “peddelen kan je met één vinger”.
Axel zegt altijd: “peddelen kost geen kracht” en
Beiden hebben gelijk, het is 98% techniek.

Peddel vasthouden:
-2a-(hoge elleboog)
Als je toch met een virtueel touwtje bezig bent (1 op de 20 slagen), dan heb je ook tijd om met een tweede touwtje te oefenen.
Een touwtje dat aan je elleboog vast zit en deze omhoog tilt. Dat touwtje helpt je om je duw-hand op ooghoogte, naar voren te duwen en daarbij de arm bijna of helemaal te strekken. Ook hier is 1 op 20 genoeg.
Ook hier zal je merken dat je vrij snel resultaat boekt.
Intussen zijn we minstens 3 vaartochten verder.

-2b-(lage elleboog)
Eén touwtje aan je duw-elleboog? Probeer nu ook eens een touwtje aan de elleboog van je trekarm. Dat goed in te slijpen kost het meeste tijd. Resultaat komt later.
Dat touwtjes gedoe aan je ellebogen levert in het begin een hoop ongemak op. Je moet hiervoor spieren in de bovenarm ontwikkelen, dat kost tijd.

-2c- (duw-arm op ongeveer ooghoogte))
Tijdens het peddelen heb je vast wel ontdekt dat je wat ‘luchtiger’ met de kanosport moet omgaan. Kijk nu eens letterlijk door de vingers over de kanopunt heen, waar je naartoe onderweg bent. Dat moet dan een automatisme worden.

-2d-(schouder en romp)
Het vervolg is dat je met je schouder de duwbeweging versterkt en, hopelijk, met je romp deze beweging ook nog verder versterkt. Eigenlijk en uiteindelijk, moet de kracht die je op het peddelblad overbrengt voor het grootste gedeelte uit je rompspieren komen.
En uiteindelijk peddel je met bijna gestrekte armen, net alsof je een skippybal voor je buik hebt.

-Toegift-
Als laatste een extra rompspieroefening. Ik beweeg ik mijn naar achteren bewegende peddelblad, ietsie pietsie verder, zover dat het (nog) net geen pijn doet. (Mijn peddelblad raakt bijna de achterpunt) Maar dat doe ik pas als de finish in zicht is, want als ik dat te veel gedaan heb, dat doet dat werkelijk pijn.
Pijn in spieren waarvan ik niet vermoed had dat ik ze had.
O, ja bij de oefeningen 2d en verder, moet en hoef je op de laatste 30 cm-van-peddel-in-het-water geen kracht te zetten.
Met deze (-2d-) oefening ben ik meer dan een half jaar bezig geweest om mijn peddelslag om te bouwen van werken met armen-schouder-romp naar de wedstrijdslag met (bijna) alleen schouder-romp.
Nadat ik deze slag me eigen gemaakt had bemerkte ik, dat ik (daar heb je de statistieken weer) 0,3 km km/uur sneller was gaan varen EN minder energie verbruikte, waardoor mijn actieradius aanmerkelijk werd verlengt.
Met deze slag kan ik, zonder te rusten zonder enig probleem 3 uur aaneen door peddelen.
Deze -2d- is mijn voornaamste oefening gedurende mijn Vecht tocht.

Buiten dat wat ik al vertelde geldt bij mij ook dat ik de peddel nauwelijks vast houd.
In de ‘duw’-hand ligt de peddel eigenlijk gewoon los op de plek tussen duim en wijsvinger, de andere vingers vaak gestrekt naar voren.
In de ‘trek’-hand raakt ik de peddel eigenlijk alleen met de vingertoppen. De duim is de borg om te voorkomen dat hij uit mijn hand valt.
Dit voorkomt onnodige pols-draaiingen en blaren.
Ik heb mijn peddel dus helemaal niet (klem)vast.
Het peddelblad zoekt zelf de beste stand in het water!
Dit stond ook in PeddelPraat 255

5 januari 2015

Waarom een ShoreLine?

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 19:39

Om meerdere redenen.
Deze boot zit me als gegoten.
Met de modificaties (Peter Hoek) zoals wielsysteem, verplaatst voorschot en (recent) kielstrip, is het mijn ideale boot.
Hij heeft (voor mij) een aantal voordelen die de huidige boten niet (meer) hebben:
De dek-ogen zijn van ongekende kwaliteit omdat ze in de boot gelamineerd zijn.
Aan één oog kun je, bij wijze van spreke, een volle kajak optillen, moet je niet doen natuurlijk, maar bij reddingen telt dit wel mee.
Het kan niet afbreken of los schieten.
Het zitje is functioneel, het is geen comfortabele zit, je moet er aan wennen.
Ik verschuif graag met zitvlak. (Heb ook een hekel aan z.g.n.
kuipstoelen in auto’s, je zit er zo in opgesloten.
En het is onhandig als je kramp in een bil hebt.)
Ook is het zitje maar weinig centimeters boven de bodem. De huidige comfort zitjes zitten zeker 3 cm hoger.
Deze kuiplengte is precies goed voor mij.
De bouw is robuust, overal is deze kajak stevig. Er is niet bezuinigd op materiaal, (om reden van gewicht of kosten).
Ondanks de gevaren 10.000 km is nergens craqualé te bespeuren.
OK hij is behoorlijk gekrast, maar dat hoort bij de afgelegde afstand.

Heeft dit ontwerp dan geen nadelen?
Zeker, de uitsparing voor het kompas zit voor mij veel te ver weg en is daarom nutteloos.
Het zou prettiger zijn geweest als het voorluik ook een grotere ovaal had.
De doorvoer van de schegkabel naar de schegkast zou voor mij wat handiger zijn als de kabel-met-mantel 20 cm langer was geweest.

De vaareigenschappen zijn, voor mij, prima.
Ik ben niet zo lang (168cm).
In een langere boot moet ik altijd meer werken.
Bovendien heeft een langere boot meer drijfvermogen, waardoor hij hoger op het water ligt en dus, voor mij, instabieler wordt.
In veel andere boten, ook in de kortere, zit ik te hoog, hebben vaak een onhandiger sleutelgat en zijn soms te breed.
Kortom ik ben extreem tevreden met mijn NorthShore ShoreLine.

Het enige wat ik zou wensen, is dat hij aan zij- en onderkant weer net mooie gelcoat zo kunnen krijgen als 7,5 jaar geleden.

Dit alles is geen reden voor discussie, maar gewoon een ode van een zeer tevreden eigenaar aan zijn fantastische boot. Dat kleine voorluik is nu ook vervangen door een grote. Nu is het helemaal ideaal.
Dit verhaal heeft half 2014 op een website van Arjan Bloem gestaan.

Powered by WordPress