Hallo wereld

19 december 2013

Golven van achteren vind ik niet leuk,

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 09:40

….deel 2 of wat anders?
Verslag van een expeditie naar het uiterste puntje van Frankrijk.
Gepubliceerd in PeddelPraat 250, maart 2014

In 2009 vertelde ik in Peddelpraat 224 dat ik golven van achteren niet leuk vond. Er is daarna hard gewerkt om dit onder de knie te krijgen, wat uiteindelijk lukte, zowel op de Noordzee, maar ook op de Overijsselse Vecht. In 2012 ging ik internationaal, naar Frankrijks uiterste puntje: Finistere. Ook dat ging goed. Maar in 2013, weer in september ging het totaal niet.

De omstandigheden in Finistere 2013 en vorig jaar waren heel verschillend. In 2012 was het bijna voortdurend mooi weer. Dit jaar veel NW-wind en vocht, alleen op de eerste en de laatste dag hadden we mooi weer. En vorig jaar was ik een jaar jonger.

Vanuit Zuid Amerika komt een lange deining over de oceaan aan rollen. En er zijn stromingen en golven die door de wind gemaakt worden. En zo ontstaan er golven die dwars door en over elkaar heen lopen. Dat geeft een “wasbord”-achtig golfpatroon. Zoiets als bij de Helsdeuren bij Huisduinen bij stevige wind, maar dan heftiger.

In hoge golven voer ik voor de wind uit, toen er plotseling een golfdal rechts te voorschijn kwam, net op het moment dat ik wilde versnellen om weer voorin de groep te komen. Toen zat mijn peddelblad in de lucht en ik ging om. Geen probleem toch? Je kunt toch eskimoteren? Maar toen ik ondersteboven hing maakte mijn kajak zulke rare heftige bewegingen, dat ik geen idee had waar ik was, ik trok mijn spatzeil los. (Op het moment peddelde ik, volgens de GPS, 8 km/uur.)

We waren op de terugweg van Auderne naar Poulhan. Zowel op de heen- en terugreis voeren we in de relatieve luwte van kust, die daar 40 tot 60 meter boven zeeniveau is. De wind kwam schuin over land aanwaaien. Op de heenweg had ik al behoorlijk hard moeten werken om tegen golven en wind in te komen. Terug hadden we die zelfde golven en wind, maar nu in de rug, dat ging snel. Het eerste stuk was ik voortdurend aan het afremmen om te voorkomen dat ik te hard zou gaan. Halverwege de terugweg durfde ik al een enkele keer het achterstevenroer te gebruiken om op koers te blijven in plaats van remmend te steunen. Net toen dat eindelijk een beetje lukte, komt dat golfdal, waardoor ik buiten de boot raakte. Peddel en kano kon ik vasthouden en riep ook heel hard: “Swimmer!” Martine zag het gebeuren en riep: “Capsized!” Iede was heel snel bij me, maakte de kajak leeg en kreeg me weer in de kano.

Tussen uit- en in de boot zaten (volgens de GPS) 6 minuten. Maar de golven waren zo heftig, dat de boot weer half volgelopen was. Terwijl Iede mij stabiliseerde, pompte ik mijn kuip leeg. Zo spoelden we 240 meter verder. Mijn kano werd kort aangebonden aan Iede zijn boot. De neus van mijn kajak, rechts van Ihem, ter hoogte van zijn voorluik. Zo kon hij over mijn punt heen ons verder peddelen. Ik hing over zijn achterkant en met mijn peddel het achterstevenroer toepassen om zo op koers te blijven. Wind en golven wilde ons steeds naar de kust duwen. 1100 meter werd ik zo verplaatst, dat koste 17 minuten. Bij de havenmond aangekomen, werd ik los gemaakt van Iede’s sleepboot en moest weer de zee op. Twee rondjes varen, één links en één rechtsom. Dat ging gelukkig goed.
samen
Slepen was in die hoge golven geen optie. Zelfstandig alleen verder varen helaas ook niet, ik was te koud geworden en zou gegarandeerd binnen de kortste keren weer om zijn gegaan en dan zou ik weer gered moeten worden. En dat allemaal op de tweede dag.
Na de rondjes te hebben gepeddeld, voer ik de laatste 500 meter zelfstandig de haven in en bracht mijn boot aan land en op de auto.

In de kroeg bij warme cholademelk, vroeg Han: “Heb je het hamertje al gevonden?”
Hamertje??? Ja mijn zelfvertrouwen had een deuk opgelopen. Dat is beschadigd gebleven.

De volgende dag (3) was de wind nog heftiger en de motregen was over gegaan in echte regen. De enige echte optie om ergens te kunnen varen was in Crozon, noordelijk van ons in een beschermde baai. De wind zou daar geen spelbreker kunnen zijn. En zo hebben we toch nog gevaren, al was het in de regen.

Dag 4 was het droog, maar nog steeds hevige wind. Weer hard werken. Er was een escape op twee-derde, bij een ankerplaats. René en ik hebben daar gewacht tot de anderen weer terug waren. Op de terugweg kwam het vertrouwen een beetje terug. Voor het eindpunt kon ik zowaar een aantal keren eskimoteren. De ré-entry lukte niet.

Dag 5, minder wind, maar toch. Deze keer vertrek bij eb, vanaf Pors de Théolen. Weer werken en na Pointe Castelmeur zelfs hard werken. Ik zat niet lekker in de boot. Na Pointe du Van zag ik stromingen in het water in alle kleuren, van schuimig wit tot helder blauw en diep zwart. Hele raar, maar gelukkig geen hoge golven. Voor we terug gingen heb ik gevraagd of er extra op mij gelet kon worden. Ik vertrouwde mezelf niet. Bij Pors de Théolen was het vloed geworden en was er nog maar een klein gaatje waar we binnen moesten spoelen boven op de brandinggolven. Drie cracks stonden klaar toen ik als vijfde mocht aanlanden. Mij was aangeraden om ‘lage’ golven te gebruiken om op binnen te surfen, maar bleek ik toch ‘grote’ gekozen te hebben.

Terwijl ik in die surf ben, zie ik plotseling een enorme golf van rechts komen, zeker 1,5 meter hoog. Die wilde mij omgooien! Ik ram mijn peddel in die muur van water en ga er met al mijn gewicht op hangen en….. ik redde het. Mijn beste surf ooit, wat een adrenaliene moment. Dat was een extreem mooi einde van de dag. En dat was mijn beste surf ooit. Volgens de GPS kwam ik binnen met 19 km/uur. Maar dat zie je pas later.

Dag 6, de Tiderace bij Pointe du Raz. Niet voor mij, ik had rauwe oksels gekregen en bekeek de anderen vanaf het land. Het was de laatste dag en het was….. zonnig, heel mooi weer. Vanaf de rotsen op de Pointe heb ik ze gefotografeerd. Ze waren met 15 vaarders. Maar toen ik ging tellen kwam ik boven de 20. Een groep vaarders uit Engeland met Simon Osborn was daar ook aan het spelevaren in de Tidalrace. Daarvan is een hele mooie fotoserie gemaakt.

Dag 1 ben ik, in het bovenstaande verhaal vergeten. Die was geweldig. Vorig jaar was ik in deze Baie de Trépassés geen enkele keer door de branding gekomen. Nu lukte het zelfs vijf keer. Net als in 2012 fantastisch weer, zonnig, niet koud. Dat was een geweldig begin, zeker na twee reisdagen. In mijn uppie, waarin ik de zon nauwelijks had gezien.

Overpeinzing: “Waarom was het voor mij deze keer zo compleet anders?”
In 2012 hadden we heel mooi weer, zonnig en niet te veel wind. Dat op de eerste en laatste dag na nu anders was. De dagen daar tussen was het vochtig met veel wind.
Mijn voorbereiding was goed, ik had een extreem goede conditie, ik had veel kilometers gepeddeld.
Was het misschien de heenreis, alleen in twee dagen, waardoor ik toch niet optimaal was?
Misschien de leeftijd? Ik was nu 71 en dat is toch een jaar meer dan in 2012.
Natuurlijk was het pure pech dat ik op de eerste tocht uit mijn kajak gegooid ben. Was dat omgaan de reden dat ik niet meer lekker in mijn boot zat? Ik weet het nog steeds niet.

Gedurende alle dagen had ik geen enkel moment dat ik me bezorgd maakte. Ik had het volste vertrouwen in de vaarleiders Arnold en Walter. Bovendien waren er veel cracks in de buurt, ik noem hier Iede, Han en Arie. Maar ook de meeste andere deelnemers waren op ZVE niveau.
Echt bang ben ik geen moment geweest. Als er iets mis met mij zou gaan, dan zouden ze me gegarandeerd meer dan prima hebben gered en geholpen.
Terug kijkend was het drie keer een/derde: 1/3 lekker gevaren, 1/3 hard werken en de laatste 1/3 was moeizaam. Gelukkig twee hoogtepunten: Vijf keer de branding overwonnen in Baie des des Trépassés en mijn beste surf ooit op mijn laatste vaardag.

Het komend jaar zal ik het grote water gaan opzoeken om er achter te komen of ik nog lekker in mijn boot zit. Het is natuurlijk ook mogelijk dat persoonlijk grenzen verleggen, fisiek er niet meer in zit. Dan moeten de verkregen vaardigheden en de conditie worden behouden.

Zie mijn Finstere album

Powered by WordPress