Hallo wereld

30 januari 2010

De kop is er af!

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 16:03

Maandag 18 januari, nog steeds sneeuw en ijs, maar wel 3 graden boven nul. Eindelijk weer varen op mijn ””huis””rivier, de Overijsselse Vecht. Ze hebben zon beloofd, dus alles weer bij elkaar gezocht, kano op dak en op naar de stuw, de Koppel. Het peil is 682 cm en er gat flink wat water over de stuw. Het is drie weken geleden dat ik heb gevaren. Het is een soort vacantie geweest. Eindelijk heb de familiegegevens in een stamboomprogramma gezet. Ze zitten er nog niet allemaal in, maar het schiet op. Nu eerst de natuur in.

Nu hoor ik sommige lezers denken… natuur? Is er buiten iets te zien behalve smeltend sneeuw? Nou en of. Ik zie meteen al 4 torenkraaien bezig met hun favoriete spelletje: “buizerdje pesten”. Natuurlijk winnen de pestkoppen, de buizerd gaat ergens anders jagen. Aan de andere kant van de rivier, waar ik anders een kleine 20 aalscholvers zie, zijn er nu acht. En ze zijn niet alleen, een hele wolk van meerkoeten houd hen gezelschap. Er zijn ook weer zwanen, ze blijven gewoon zwemmen, terwijl de meerkoeten altijd alle kanten op fladderen. Het zijn niet ””””mijn”””” zwanen. Die zie ik even later, ze verkennen de plek waar ze over een paar maanden weer zullen broeden.
Ik heb nu ”’’stad Hardenberg”” achter me gelaten. Ik zie weer een wolk meerkoeten, wel 200. Op de dijk zie ik 2 soorten ganzen en een reiger. Nieuwsgierig kijken ze naar me en waggelen dan aan de andere kant de dijk af, uit het zicht.

Voortpeddelend kom ik een jonge mannetjeszwaan tegen. Hij is een eerste jaars, dat zie je aan zijn hals, grauw, met een lichte zweem van geel. Even verder zie ik een dode zwaan, weer een jong mannetje. Volgens deskundigen sneuvelt een derde van de jonge zwanen in het eerste jaar.
Mijn snelheid is van 7,1 naar 6,8 km/uur gezakt. De rivier is hier iets smaller, dus heb ik meer stroming tegen. Peddelend tussen wolken meerkoeten, het is een prachtig geluid als die kleine vogeltjes over het water weglopen-vliegen. Het is een geluid als van een fontein, maar dan meer ingetogen. Ik ben nu bijna bij ””de Loozense Linie””, alleen jagende aalscholvers en paartjes eenden kruisen mijn pad.

Het weer wordt niet wat beloofd is, de zon blijft weg. Bij de aanlegsteiger van het pontveer naar het eilandje is het bootje er niet meer. Het heeft daar maanden gelegen, zonder iemand over te zetten. De bomen op het eilandje zie ik wazig, er komt mist opzetten. Ik heb nu 5 km gevaren, mijn snelheid is verminderd tot een magere 6,3 km/uur. Hier in de Loozense Linie is het erg ondiep (1m) en toch moet al het water verder stromen.

Nu nader ik ””het gat van Joosten””, een voormalige zandwinplas. Aan de rechterkant is de dijk helemaal wit, van opgewaaide sneeuw. Het lijken wel ijsbergen, maar dan kleiner. Sommige plekken zijn een beetje geel/bruin platgetrapt en volgescheten door de vele watervogels die daar hebben zitten kleumen. Op het water kom ik een grote groep eenden tegen, weer 200. Wat doet die aalscholver daar nu tussen? Door de eenden heeft hij mij pas laat in de gaten en gaat op de vleugels. De eenden doen dan ook mee. Terwijl opvliegende meerkoeten de snavels dicht houden, kwaken de eenden (ja de vrouwtjes!) allemaal erg luid.

De Vecht is na ””het gat van Joosten”” weer breed, ik vaar weer 7 km/uur. Twee wilgen zijn geknot, tjonge wat een dikke knoest heeft de stam. Nog meer zwanen, eenden, meerkoeten en reigers. De mist verminderd wat, de brug bij Ane is in de verte te zien. Hier was vroeger ook een stuw, die hebben ze verwijderd, misschien is het daarom nog zo breed op deze plek.

Onder de brug valt het lawaai van het verkeer me plotseling op. Door de nog overal liggende sneeuw wordt het geluiden gedempt. Het is heerlijk om alleen het geluid van je eigen peddel te horen. Dit is meteen een goede oefenmogelijkheid om (nog) stiller te varen. Na 1 uur en 33 minuten pauze, heb ik 10,2 km gevaren en ben nu ben bij ””de Haandrik””. Het peil is 60 cm hoger dan bij ””de Koppel””. In de sluis ligt de rondvaartboot ””Napoleon”” te overwinteren.

Appel op eten en iets drinken, ik probeer te bellen. Maar de ene telefoon heeft geen bereik en de andere heeft een lege accu. Vertrek na 10 minuten pauze. Ik laat me even meedrijven om te merken dat de Vecht daar 3 km/uur stroomt. Dan zet ik er de spurt in. Ik ben iets te lang stil blijven liggen en wat (te) koud geworden. Makkelijk blijf ik boven de 10 km/uur, dit houd ik 4 km vol tot voorbij ””het gat van Joosten””. Ik ben weer voldoende opgewarmd en ga een tandje minder, maar nog altijd boven de 9. De vermoeidheid speelt nu ook mee, en de tegenwind en dat het net-niet droog is. Bij ””de Koppel”” aangekomen, heb ik over de terugweg 1 uur en 9 minuten gedaan.

De wal op, auto halen en alle spullen weer in de auto. Kano op dak en naar huis om weer helemaal warm te worden. Nu ik dit verhaal intoets merk ik dat ik weer dat prettige gevoel boven in de schouders heb, ik ben een beetje moe. Maar de eerste 20 km staat op de de teller van 2010.
knotwilg-u43782-k2

Powered by WordPress