Hallo wereld

3 februari 2017

Nanoneer verslag

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 11:56

Voorlopig eindverslag.
1200 km en 60 tochten verder maak ik de balans op van de van de “nanoneer” behandeling van mijn kajak.

Eerst wat achtergrond informatie.
De NorthShore, ShoreLine, “Waterton” had in 9 jaar (13.000 km) een aantal “gebruikssporen” opgelopen zowel krassen als ook wat verkleuringen door de aanslag van de soep die soms op het water drijft.
Op mijn thuisrivier de Overijsselse Vecht, geven de algen en waterplanten (als ze bloeien), een olieachtige, licht bruine vette aanslag.
Als ik de kajak aan het einde van mijn tocht, meteen goed schoon maak is het zo weg.
Maar als ik het vergeet, dan is het boenen. Echter er blijft toch altijd iets van een waas achter.
Na 9 jaar met 13.000 km heeft de “Waterton” een makeover gekregen eind 2015. Twee dagen van zorgvuldig schuren en krassen opvullen. dan worden er 3 lagen DD-lak opgezet door Peter Hoek.
De “Waterton” was weer oogverblindend wit. Met nieuwe stickers en reflectiestrips was hij weer bijna als nieuw.

En toen kreeg de “Waterton” zijn “nanoneer” behandeling.
Eerder had ik daar iets over gelezen, maar ik vond het een beetje te mooi om waar te zijn.
En zou de vette aanslag werkellijk met doekje of een spons makkelijk zijn te verwijderen? Antwoord: Ja.
Maar dat was in het begin,toen dat spul er pas net op zat, zou dat verder zo blijven?
Om daar achter te komen moest ik eerst nog de nodige peddelslagen in het water steken.
Op 2 februari, na een korte winterstop heb ik de “Waterton” nauwkeurig bekeken.
En de conclusie is dat de “nanoneer” behandeling inderdaad het beloofde resultaat geeft.
Als de boot nog nat is, is inderdaad een doekje voldoende. Maar ook als je het vergeet, dan ook is de aanslag makkelijk te verwijderen.
Het zal niet meer gebeuren, maar als ik een nieuwe boot zou kopen, dan zou ik meteen de nanoneer behandeling er op los laten.
Degenen die mij kennen zullen deze positieve beoordeling erg bijzonder vinden.
Als je me niet gelooft, bekijk dan de “Waterton” maar nauwkeurig, als we elkaar weer ergens op het water ontmoeten.
We treffen elkaar dan.

19 juni 2016

Rondje Hoogkerk

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 17:45

Verrassingstocht18 juni 2016 van ‘de Futen’.

Harrie wilde graag mijn Kobler Weltmeister hebben. Erg graag zelfs want hij wilde daarvoor zelfs naar Hardenberg komen. Voor dat weekend had ik nog niets gepland en hij zou met de Futen op stap gaan. Dus dacht ik, dat lijkt me leuk. Zodoende waren 5 mensen om 8:30 bij het transferium Hoogkerk om ons te laten verrassen…
Waar vertrekken we, was de vraag? Vanaf hier, was het antwoord. Vlakbij is v/d Valk aan het bouwen, daar gingen we het Eelderdiep op, verder het Koningdiep en het Hoendiep, allemaal Hoogkerk. Dan moeten we er uit, bij de ex-suikerfabriek, overdragen naar… het stadspark van Groningen.
SuikerUnie, daar was ik tig keer geweest, het was een grote klant, maar wel tig jaar geleden. Soms midden in de nacht daar heen, om een meting te fixen, anders lag de boel stil. Nu lag de boel ook stil, meer zelfs, of eigenlijk minder, de hele suikerfabriek was geloopt, op één gebouw na. Maar na de tweede overdraging zag ik ze weer vliegen, een ijsvogel. In het stadspark zag ik dat nog 8 keer. Wat een weelde en dan al die waterlelies wit en wit/rose. Het water in het park is opvallend helder.
Na een pauze verlaten we het park en de ijsvogels en gaan pal zuid. Eerst weer overdragen en dan langs de volkstuinen van Piccart. In dit slootje hebben veel volkstuinbezitters kano’s. Die varen vast op de wonder mooie en stille Piccardplas. Daar is water nog helderder, je kijkt zeker 1 meter diep. Na dit genieten varen we slootje in met alweer een stuw. We moeten er weer uit. Overdragen, voorzichtig lopend over het net opgekomen verse gras. Op een bordje zie ik staan: Paterswolde 4 km. Dat geld voor fietsers, voor kano’s is het …? We nemen de tweede pauze en gaan verder naar het Hoornse meer en vervolgens het Paterswoldse meer. Dan een sluis, die we weer overdragend passeren. Nog één keer overdragen en we zijn weer terug in het Eelderdiep. Dit is een misleidende naam, want het is erg ondiep en behoorlijk dicht gegroeid met dotters, lelies en andere waterplanten.
Links is een dijk, waar we mensen net boven de begroeïng kunnen zien, rechts een iets minder hoog dijkje waar we fietsers en joggers zien. Eindelijk zien de de nieuwbouw van vd Valk. We zijn, om zes uur, na bijna 22 km weer terug op de startplek.
Het was een mooie tocht veel variatie, KV de Futen, Joachim, Jannes, Hans & Harrie, bedankt.

7 januari 2016

Hoog water op de Vecht

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 15:02

De meeste peddelslagen vaar ik op de Overijsselse Vecht
20150403-haandrik-896cm-t83358-kv-k3
Mijn keerpunt is bijna altijd de stuw-sluis de Haandrik
Dat is 10,3 km vanaf mijn in en uitstappunt bij de stuw-sluis de Koppel

In de zomer stroomt er nauwelijks water door de Vecht, alleen een beetje over de vistrappen.
En als er wat meer aanvoer is, ook nog over de wildwaterbaan.

Voorjaar, winter en herfst geven meer stroming. Dan kan het verval leuk oplopen. Zoals op het plaatje hiernaast te zien zelfs boven de 181 cm.

Maar vaak is het veel minder, stilstand komt vaak voor.
Als er geen water over de stuwen gaat kun je het peil controleren.
Heel wonderlijk het peil van de Haandrik is 4 cm lager dan de Koppel.
Pogingen om dit aan het Waterschap door te geven zijn tot op heden mislukt. Conclusie: Op dit Waterschap kun je geen peil trekken.

Bij gestreken stuwen kun je ook een tocht maken zonder moeizame overdragingen. Via (bijna) alle vistrappen kun je gewoon door varen.

Freek, Jan en ik zijn op donderdag 13 december 2007 in Laar (Dld) insgestap en 63 km verder bij het Zwarte Water weer uitgestapt. Het water stond zo hoog, dat we voor sommige bruggen het hoofd moesten buigen. Ik was toen nog een beginner en had ik nog geen GPS of waterdichte camera.
Dat je op de peilschalen iets kon aflezen, was me nauwelijks bekend.

Op 3 april 2015 was het ook hoog water, zie maar het plaatje hiernaast.

2 December 2015 ging er nog meer water door de Vecht.
Bij de Koppel stond de kanosteiger onder water. Halverwege de tocht, bij de Loozense Linie stroomde het water over de fietsrug. En bij de Haandrik was er ook geen hoogte verschil meer voor en na de stuw. Onderstaande plaatjes laten dat allemaal goed zien.
20151202-koppel-aw13816-kv-k
20151202-koppel-aw13817-vk-k20151202-koppel-729cm-aw13818-kv-k
20151202-fietsbrug-aw13829-kv-k
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Na bijna twee uren varen komt de Haandrik in zicht.

De boeien voor en achter de stuw
liggen even hoog in het water.

De kanosteiger staat 2 meter onder water.
Halverwege de trap stap ik uit.

Met een lang touw maak ik de kano vast aan het hek.

Het peil geeft 950 cm aan, de Koppel ligt 189 cm lager.

20151202-haandrik-aw13820-kv-k20151202-haandrik-aw13821-kv-k20151202-haandrik-aw13822-kv-k20151202-haandrik-910cm-aw13826-kv-k20151202-haandrik-aw13825-k-k120151202-haandrik-aw13824-kv-k
.
.

Tegen de stroom
op worstelen is leuk,

.
.
hoewel het soms
langzaam gaat,

.
.
soms maar 4 km/uur.

.
.
Maar op de retourvaart,

.
.
gaat het soms snel, erg snel,

.
.
soms wel 16 km/uur.

.
.
dan valt het niet mee om,

.
.
recht overeind te blijven.

.
.
Scheg uit en

.
.
blijven
water lezen

.
.
Water lezen, dat is
.
.
kijken naar waar de stroming is.
.
.
Bij stroming, zijn er
.
.
soms verradelijke draaikolken,
.
.
vandaar, scheg uit.
.
.

.
.

.
.
20151208-haandrik-759cm-aw13831-kv-k

’s Zomers varen, ’s winters varen. sterke stroming tegen en later weer mee,
het maakt voor de snelheid nauwelijks uit.
Altijd op deze 20,6 km ongeveer 7,2 …7,4 km/uur,
altijd 2 uur en 3 kwartier,
soms een minuut meer, soms minder.

.
.
.
.
Maar het belangrijkste is, doen, de manier, voor mij, om in conditie te blijven.
.
.
.
.

Het laatste plaatje is weer bij de Haandrik

het is 4 dagen later,

Het peil is gezakt

van 910 naar 759 cm

De kanosteiger is weer gewoon te gebruiken.

En weer dezelfde vaartijd

6 januari 2016

2015 Mijn ijsvolgeljaar

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 12:16

2015 is voor mij het IJSVOGEL jaar geweest.
Ik heb ze zien vliegen, meer dan in alle jaren daarvoor.
De ijsvogel zelf zie je nauwekijks, maar je ziet een razendsnelle metaalachtige kleurenstreep van pastel- tot kobaltblauw verschieten tot giftig paars.
Plotseling schieten ze uit de bosjes en vliegen razendsnel voor je uit, waarna ze weer verdwijnen. Een enkele keer zie hem, of haar even op een takje.
Dat is maar heel even, minder dan een oogknippering. Als je geluk hebt gebeurt dat nog een keer, maar vaak is het maar één keer, heel even.
Vroeger toen de uitloop van de oude Radewijkerbeek nog was omzoomd met knotwilgen, zag ik ze daar.
Daarna is het watertje langs die wilgen, volkomen onnodig voor het Vechtpark en daarmee ook de ijsvolgels.
In de afgelopen jaren jaren zag ze enkele keer tussen Ane en de Haandrik. Maar toen ook daar de wilgen werden vernietigd zag ik het somber in.
Na 3 jaar hebben de wilgen zich toch weer door de ballast stenen weten te worstelen en zijn ze terug.
Soms zag ik er één, soms twee, meestal in de buurt van Raai 4.1. Op 5 oktober zag ik er 3 vliegen, wat was dat heerlijk.
Meer zou toch niet kunnen, dacht ik.
Maar dat was mis, want op 10 oktber zag ik er zelfs 4 vliegen, op 4 verschillende plekken tussen de Loozense Linie en de Haandrik.
En daarom was 2015 het jaar van de ijsvogel.

11 januari 2015

Eerst goed peddelen, daarna…

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 18:47

In PeddelPraat 254 schreef Bob: “weg met de verdraaide peddel”.
Hij had een kraak- of kanopols opgelopen en had daar heen last meer van met een “rechte peddel”.
Ik vind dit een interessant discussie onderwerp, maar aan een discussie van de vorm enz. van de peddel vooraf moet gaan, namelijk:
De peddel goed gebruiken. Hoe houdt je hem vast en hoe beweeg je de peddel.
Ik vind dat je als eerst een goede, effectieve peddelslag moet aan leren.

Sommige lukt dat totaal niet. Maar zolang ze er gelukkig en tevreden mee zijn: prima.
Maar als men niet tevreden is met de snelheid die men haalt dan….
—-kopen sommige een andere, vaak langere snellere boot.
—-Een aantal geloven de wervende reclames van de peddelfabrikanten en kopen een ‘ergonomische’, dure peddel.
Als dat dan wat meer snelheid geeft, ook prima.

Maar de eerste echte en blijvende winst zit in: “GOED PEDDELEN!”

Vooraf moet ik opmerken dat ik een zeer lage peddelfrequentie heb.
Mijn peddel is een Lendal Nordkap van ongeveer 8 jaar oud.
Mijn praktijk berust op twee basisgegevens, die ik hieronder uitleg.

-1-
Rechtop zitten:
Je hebt een denkbeeldig, onzichtbaar touwtje, dat van je kruin naar je stuitje loopt. Dat moet je regelmatig even aantrekken.
Eén op de 20 keer moet je daar even aan denken. Daardoor ga je beter recht op zitten, je kan meer van je longinhoud gebruiken en… je hebt iets meer ruimte om je peddelslag effectief te verlengen. De peddel kun je dan iets dichter de boot in het water steken.
Dat “kruin-stuit touwtje” is de eerste oefening. Na verloop van tijd zul je merken dat, alleen dat al je snelheid verhoogt, zonder dat je echt meer fysieke inspanning kost.
Klaas Hofman vertelt altijd: “peddelen kan je met één vinger”.
Axel zegt altijd: “peddelen kost geen kracht” en
Beiden hebben gelijk, het is 98% techniek.

Peddel vasthouden:
-2a-(hoge elleboog)
Als je toch met een virtueel touwtje bezig bent (1 op de 20 slagen), dan heb je ook tijd om met een tweede touwtje te oefenen.
Een touwtje dat aan je elleboog vast zit en deze omhoog tilt. Dat touwtje helpt je om je duw-hand op ooghoogte, naar voren te duwen en daarbij de arm bijna of helemaal te strekken. Ook hier is 1 op 20 genoeg.
Ook hier zal je merken dat je vrij snel resultaat boekt.
Intussen zijn we minstens 3 vaartochten verder.

-2b-(lage elleboog)
Eén touwtje aan je duw-elleboog? Probeer nu ook eens een touwtje aan de elleboog van je trekarm. Dat goed in te slijpen kost het meeste tijd. Resultaat komt later.
Dat touwtjes gedoe aan je ellebogen levert in het begin een hoop ongemak op. Je moet hiervoor spieren in de bovenarm ontwikkelen, dat kost tijd.

-2c- (duw-arm op ongeveer ooghoogte))
Tijdens het peddelen heb je vast wel ontdekt dat je wat ‘luchtiger’ met de kanosport moet omgaan. Kijk nu eens letterlijk door de vingers over de kanopunt heen, waar je naartoe onderweg bent. Dat moet dan een automatisme worden.

-2d-(schouder en romp)
Het vervolg is dat je met je schouder de duwbeweging versterkt en, hopelijk, met je romp deze beweging ook nog verder versterkt. Eigenlijk en uiteindelijk, moet de kracht die je op het peddelblad overbrengt voor het grootste gedeelte uit je rompspieren komen.
En uiteindelijk peddel je met bijna gestrekte armen, net alsof je een skippybal voor je buik hebt.

-Toegift-
Als laatste een extra rompspieroefening. Ik beweeg ik mijn naar achteren bewegende peddelblad, ietsie pietsie verder, zover dat het (nog) net geen pijn doet. (Mijn peddelblad raakt bijna de achterpunt) Maar dat doe ik pas als de finish in zicht is, want als ik dat te veel gedaan heb, dat doet dat werkelijk pijn.
Pijn in spieren waarvan ik niet vermoed had dat ik ze had.
O, ja bij de oefeningen 2d en verder, moet en hoef je op de laatste 30 cm-van-peddel-in-het-water geen kracht te zetten.
Met deze (-2d-) oefening ben ik meer dan een half jaar bezig geweest om mijn peddelslag om te bouwen van werken met armen-schouder-romp naar de wedstrijdslag met (bijna) alleen schouder-romp.
Nadat ik deze slag me eigen gemaakt had bemerkte ik, dat ik (daar heb je de statistieken weer) 0,3 km km/uur sneller was gaan varen EN minder energie verbruikte, waardoor mijn actieradius aanmerkelijk werd verlengt.
Met deze slag kan ik, zonder te rusten zonder enig probleem 3 uur aaneen door peddelen.
Deze -2d- is mijn voornaamste oefening gedurende mijn Vecht tocht.

Buiten dat wat ik al vertelde geldt bij mij ook dat ik de peddel nauwelijks vast houd.
In de ‘duw’-hand ligt de peddel eigenlijk gewoon los op de plek tussen duim en wijsvinger, de andere vingers vaak gestrekt naar voren.
In de ‘trek’-hand raakt ik de peddel eigenlijk alleen met de vingertoppen. De duim is de borg om te voorkomen dat hij uit mijn hand valt.
Dit voorkomt onnodige pols-draaiingen en blaren.
Ik heb mijn peddel dus helemaal niet (klem)vast.
Het peddelblad zoekt zelf de beste stand in het water!
Dit stond ook in PeddelPraat 255

5 januari 2015

Waarom een ShoreLine?

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 19:39

Om meerdere redenen.
Deze boot zit me als gegoten.
Met de modificaties (Peter Hoek) zoals wielsysteem, verplaatst voorschot en (recent) kielstrip, is het mijn ideale boot.
Hij heeft (voor mij) een aantal voordelen die de huidige boten niet (meer) hebben:
De dek-ogen zijn van ongekende kwaliteit omdat ze in de boot gelamineerd zijn.
Aan één oog kun je, bij wijze van spreke, een volle kajak optillen, moet je niet doen natuurlijk, maar bij reddingen telt dit wel mee.
Het kan niet afbreken of los schieten.
Het zitje is functioneel, het is geen comfortabele zit, je moet er aan wennen.
Ik verschuif graag met zitvlak. (Heb ook een hekel aan z.g.n.
kuipstoelen in auto’s, je zit er zo in opgesloten.
En het is onhandig als je kramp in een bil hebt.)
Ook is het zitje maar weinig centimeters boven de bodem. De huidige comfort zitjes zitten zeker 3 cm hoger.
Deze kuiplengte is precies goed voor mij.
De bouw is robuust, overal is deze kajak stevig. Er is niet bezuinigd op materiaal, (om reden van gewicht of kosten).
Ondanks de gevaren 10.000 km is nergens craqualé te bespeuren.
OK hij is behoorlijk gekrast, maar dat hoort bij de afgelegde afstand.

Heeft dit ontwerp dan geen nadelen?
Zeker, de uitsparing voor het kompas zit voor mij veel te ver weg en is daarom nutteloos.
Het zou prettiger zijn geweest als het voorluik ook een grotere ovaal had.
De doorvoer van de schegkabel naar de schegkast zou voor mij wat handiger zijn als de kabel-met-mantel 20 cm langer was geweest.

De vaareigenschappen zijn, voor mij, prima.
Ik ben niet zo lang (168cm).
In een langere boot moet ik altijd meer werken.
Bovendien heeft een langere boot meer drijfvermogen, waardoor hij hoger op het water ligt en dus, voor mij, instabieler wordt.
In veel andere boten, ook in de kortere, zit ik te hoog, hebben vaak een onhandiger sleutelgat en zijn soms te breed.
Kortom ik ben extreem tevreden met mijn NorthShore ShoreLine.

Het enige wat ik zou wensen, is dat hij aan zij- en onderkant weer net mooie gelcoat zo kunnen krijgen als 7,5 jaar geleden.

Dit alles is geen reden voor discussie, maar gewoon een ode van een zeer tevreden eigenaar aan zijn fantastische boot. Dat kleine voorluik is nu ook vervangen door een grote. Nu is het helemaal ideaal.
Dit verhaal heeft half 2014 op een website van Arjan Bloem gestaan.

3 september 2014

10000 kilometer in de Shore-Line in 7 jaar.

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 14:47

gepubliceerd in PeddelPraat 253
Het is 11 maart 2014. Bij de sluis met de naam “de Koppel” geeft het peil 697cm aan. De net gemeten watertemperatuur is 9 graden. Vandaag is er een matige stroming en wind tegen. Ik ga weer op weg naar de sluis “de Haandrik”, ergens onderweg zal ik de grens van ’10.000 km in deze kano’ passeren, dat is nog 7,6 km varen.

De lente is merkbaar begonnen, verse molshopen zijn zichtbaar in de dijken en aan de waterkant zijn al frisse scheuten nieuw riet tussen de brandnetels te zien. Links zie ik de eerste bloemen in bloei, narcissen. Dat is een aardige attentie van de natuur, want ik moet nog even verder peddelen en dan zie ik op de GPS dat ik 7,6 km heb gepeddeld. Het was bij hectometer-raai 5,4 tussen Ane en de Haandrik.

Op 28 maart 2007 kocht ik bij Klaas Hofman deze rood/witte kano van 485 cm lang. Het is een ShoreLine, fabrikant NorthShore, ik noemde hem: “Waterton”. Onder de naam “waterTon” schrijf ik verhaaltjes en plaats daar fotootjes bij. Zo heb ik een nieuwe hobby gevonden, of eigenlijk drie hobbies: varen, schrijven en fotoalbums op internet zetten. Daar gaat veel tijd zitten. De net gestarte opbouw voor H0 modelspoor verstoft weer. Schrijven doe ik in kanobladen en op mijn eigen website, met daarop ook links naar de Picasa fotoalbums.

Van het varen kreeg ik in het begin pijn in spieren, waarvan ik geen eens wist dat ik ze had. Het bevalt goed, de buikomvang, gewicht en ademhaling veranderde postitief.

Steeds meer en verder pedellen, zo begon ik een wedstrijd met mezelf. Trachten om een hogere gemiddelde snelheid te halen, of deze te evenaren. Hierbij ontstond bijna een kraak of kanopols. Gelukkig merkte Peter Hoek dat op. Zo ging ik aan een betere peddeltechniek werken.
Een jaar later maakte ik, bij Klaas, kennis met zeekajakken. Nog meer vaar- en peddeltechniek, opkanten en veel meer. Daarna volgen zeekampen met als doel het examen “ZeeVaardigheid”.

Het niveau van ‘zeevaardigheid’ betekent, dat je ook en juist in de praktijk weet hoe je gered kunt worden en hoe je anderen moet redden. Beiden zijn van levensbelang, dit wordt voortdurend geoefend.
Onderweg naar dat examen had ik, tijdens het uitvinden van de beste peddeltechnieken, me een eigen manier van varen eigen gemaakt. Ik zette mezelf klemvast in de kano, de knieën tegen de onderkant van de kuip. Door zo vast in de boot te zitten groeide mijn zelfvertrouwen en snelheid.
Maar bij golven, groot, dwars of van achteren, is dat niet handig. Die slechte gewoonte afleren kostte veel tijd, maar was noodzakelijk.. Dat moet je dan weer helemaal opbouwen, als je “los” in je boot zit. De nu betere peddeltechnieken hebben daarbij erg geholpen.

En dan, jaren later, moet je op de examendag al die oefeningen demonstreren, ook in hoge(re) golven. Ook moet je door de branding op zee zien te komen en later ook weer door de branding op het strand aanlanden. Dit betekent, dat de examendag alleen door kan gaan als … er voldoende golfhoogte en branding is.
Op Vlieland, Juni 2011 is er eindelijk voldoende branding. De Shoreline en ik hadden samen al 6800 km gevaren. We slaagden samen voor het examen en ik alleen ook zelfs voor de theorie!

Daarna wat vrij varen, het diploma is binnen, Ik ga ZoetZout varen in Friese binnen- en buitenwateren. En nog meer varen en nadenken over… hoe verder. Dan komt de gedachte op om “Internationaal” te gaan, varen in het uiterst westelijke puntje van Frankrijk, in Bretagne, in Finistere.

Denken aan varen onder zulke omstandigheden is één. Maar hoe weet je of je wel het aan kunt. Natuurlijk eerst de conditie verder opvoeren, nog meer varen. Zo sloot ik 2011 af met record, ruim 1900 km op de peddelmeter.
Zodra het kon, me opgeven voor het NKB-zeekamp in begin juni. Toen dat kamp begon had ik al bijna 700 km gevaren, ook meer dan ooit. De zaterdag van dat weekend was behoorlijk heftig en zondag waren de omstandigheden zo heftig, dat de andere groepen niet gevaren hebben., wij wel. Deze test doorstond ik en kon met zelfvertrouwen naar Frankrijk vertrekken. Het kamp was geweldig, mooi weer en hoge golven, waarin ik mijn grenzen weer verlegde. Op 3e kerstdag sloot ik 2012 af met een jaartotaal van 1500 km.

Finistere was me zo goed bevallen dat ik in 2013 weer mee ging. Toen mindere condities, maar dat is een ander verhaal (lees PP250). Op Vecht en Regge gewoon verder gevaren, totaal score 1200 km.
Het is alweer half 2014, doe weer algemene zeekampen. De Ellemeet weekenden en de PPzeekampweek zijn al geweest. Technieken verder consolideren en deze uit testen op zee. En ik peddel verder, het PP najaarskamp komt.

Wat wordt mijn volgende doel? Eigenlijk niets specifieks. Ik hoop dat ik deze conditie in gezondheid kan en mag behouden, maar dat is niet vanzelf sprekend. Dus mijn doel is genieten van de natuur, vooral op de Overijsselse Vecht.

19 december 2013

Golven van achteren vind ik niet leuk,

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 09:40

….deel 2 of wat anders?
Verslag van een expeditie naar het uiterste puntje van Frankrijk.
Gepubliceerd in PeddelPraat 250, maart 2014

In 2009 vertelde ik in Peddelpraat 224 dat ik golven van achteren niet leuk vond. Er is daarna hard gewerkt om dit onder de knie te krijgen, wat uiteindelijk lukte, zowel op de Noordzee, maar ook op de Overijsselse Vecht. In 2012 ging ik internationaal, naar Frankrijks uiterste puntje: Finistere. Ook dat ging goed. Maar in 2013, weer in september ging het totaal niet.

De omstandigheden in Finistere 2013 en vorig jaar waren heel verschillend. In 2012 was het bijna voortdurend mooi weer. Dit jaar veel NW-wind en vocht, alleen op de eerste en de laatste dag hadden we mooi weer. En vorig jaar was ik een jaar jonger.

Vanuit Zuid Amerika komt een lange deining over de oceaan aan rollen. En er zijn stromingen en golven die door de wind gemaakt worden. En zo ontstaan er golven die dwars door en over elkaar heen lopen. Dat geeft een “wasbord”-achtig golfpatroon. Zoiets als bij de Helsdeuren bij Huisduinen bij stevige wind, maar dan heftiger.

In hoge golven voer ik voor de wind uit, toen er plotseling een golfdal rechts te voorschijn kwam, net op het moment dat ik wilde versnellen om weer voorin de groep te komen. Toen zat mijn peddelblad in de lucht en ik ging om. Geen probleem toch? Je kunt toch eskimoteren? Maar toen ik ondersteboven hing maakte mijn kajak zulke rare heftige bewegingen, dat ik geen idee had waar ik was, ik trok mijn spatzeil los. (Op het moment peddelde ik, volgens de GPS, 8 km/uur.)

We waren op de terugweg van Auderne naar Poulhan. Zowel op de heen- en terugreis voeren we in de relatieve luwte van kust, die daar 40 tot 60 meter boven zeeniveau is. De wind kwam schuin over land aanwaaien. Op de heenweg had ik al behoorlijk hard moeten werken om tegen golven en wind in te komen. Terug hadden we die zelfde golven en wind, maar nu in de rug, dat ging snel. Het eerste stuk was ik voortdurend aan het afremmen om te voorkomen dat ik te hard zou gaan. Halverwege de terugweg durfde ik al een enkele keer het achterstevenroer te gebruiken om op koers te blijven in plaats van remmend te steunen. Net toen dat eindelijk een beetje lukte, komt dat golfdal, waardoor ik buiten de boot raakte. Peddel en kano kon ik vasthouden en riep ook heel hard: “Swimmer!” Martine zag het gebeuren en riep: “Capsized!” Iede was heel snel bij me, maakte de kajak leeg en kreeg me weer in de kano.

Tussen uit- en in de boot zaten (volgens de GPS) 6 minuten. Maar de golven waren zo heftig, dat de boot weer half volgelopen was. Terwijl Iede mij stabiliseerde, pompte ik mijn kuip leeg. Zo spoelden we 240 meter verder. Mijn kano werd kort aangebonden aan Iede zijn boot. De neus van mijn kajak, rechts van Ihem, ter hoogte van zijn voorluik. Zo kon hij over mijn punt heen ons verder peddelen. Ik hing over zijn achterkant en met mijn peddel het achterstevenroer toepassen om zo op koers te blijven. Wind en golven wilde ons steeds naar de kust duwen. 1100 meter werd ik zo verplaatst, dat koste 17 minuten. Bij de havenmond aangekomen, werd ik los gemaakt van Iede’s sleepboot en moest weer de zee op. Twee rondjes varen, één links en één rechtsom. Dat ging gelukkig goed.
samen
Slepen was in die hoge golven geen optie. Zelfstandig alleen verder varen helaas ook niet, ik was te koud geworden en zou gegarandeerd binnen de kortste keren weer om zijn gegaan en dan zou ik weer gered moeten worden. En dat allemaal op de tweede dag.
Na de rondjes te hebben gepeddeld, voer ik de laatste 500 meter zelfstandig de haven in en bracht mijn boot aan land en op de auto.

In de kroeg bij warme cholademelk, vroeg Han: “Heb je het hamertje al gevonden?”
Hamertje??? Ja mijn zelfvertrouwen had een deuk opgelopen. Dat is beschadigd gebleven.

De volgende dag (3) was de wind nog heftiger en de motregen was over gegaan in echte regen. De enige echte optie om ergens te kunnen varen was in Crozon, noordelijk van ons in een beschermde baai. De wind zou daar geen spelbreker kunnen zijn. En zo hebben we toch nog gevaren, al was het in de regen.

Dag 4 was het droog, maar nog steeds hevige wind. Weer hard werken. Er was een escape op twee-derde, bij een ankerplaats. René en ik hebben daar gewacht tot de anderen weer terug waren. Op de terugweg kwam het vertrouwen een beetje terug. Voor het eindpunt kon ik zowaar een aantal keren eskimoteren. De ré-entry lukte niet.

Dag 5, minder wind, maar toch. Deze keer vertrek bij eb, vanaf Pors de Théolen. Weer werken en na Pointe Castelmeur zelfs hard werken. Ik zat niet lekker in de boot. Na Pointe du Van zag ik stromingen in het water in alle kleuren, van schuimig wit tot helder blauw en diep zwart. Hele raar, maar gelukkig geen hoge golven. Voor we terug gingen heb ik gevraagd of er extra op mij gelet kon worden. Ik vertrouwde mezelf niet. Bij Pors de Théolen was het vloed geworden en was er nog maar een klein gaatje waar we binnen moesten spoelen boven op de brandinggolven. Drie cracks stonden klaar toen ik als vijfde mocht aanlanden. Mij was aangeraden om ‘lage’ golven te gebruiken om op binnen te surfen, maar bleek ik toch ‘grote’ gekozen te hebben.

Terwijl ik in die surf ben, zie ik plotseling een enorme golf van rechts komen, zeker 1,5 meter hoog. Die wilde mij omgooien! Ik ram mijn peddel in die muur van water en ga er met al mijn gewicht op hangen en….. ik redde het. Mijn beste surf ooit, wat een adrenaliene moment. Dat was een extreem mooi einde van de dag. En dat was mijn beste surf ooit. Volgens de GPS kwam ik binnen met 19 km/uur. Maar dat zie je pas later.

Dag 6, de Tiderace bij Pointe du Raz. Niet voor mij, ik had rauwe oksels gekregen en bekeek de anderen vanaf het land. Het was de laatste dag en het was….. zonnig, heel mooi weer. Vanaf de rotsen op de Pointe heb ik ze gefotografeerd. Ze waren met 15 vaarders. Maar toen ik ging tellen kwam ik boven de 20. Een groep vaarders uit Engeland met Simon Osborn was daar ook aan het spelevaren in de Tidalrace. Daarvan is een hele mooie fotoserie gemaakt.

Dag 1 ben ik, in het bovenstaande verhaal vergeten. Die was geweldig. Vorig jaar was ik in deze Baie de Trépassés geen enkele keer door de branding gekomen. Nu lukte het zelfs vijf keer. Net als in 2012 fantastisch weer, zonnig, niet koud. Dat was een geweldig begin, zeker na twee reisdagen. In mijn uppie, waarin ik de zon nauwelijks had gezien.

Overpeinzing: “Waarom was het voor mij deze keer zo compleet anders?”
In 2012 hadden we heel mooi weer, zonnig en niet te veel wind. Dat op de eerste en laatste dag na nu anders was. De dagen daar tussen was het vochtig met veel wind.
Mijn voorbereiding was goed, ik had een extreem goede conditie, ik had veel kilometers gepeddeld.
Was het misschien de heenreis, alleen in twee dagen, waardoor ik toch niet optimaal was?
Misschien de leeftijd? Ik was nu 71 en dat is toch een jaar meer dan in 2012.
Natuurlijk was het pure pech dat ik op de eerste tocht uit mijn kajak gegooid ben. Was dat omgaan de reden dat ik niet meer lekker in mijn boot zat? Ik weet het nog steeds niet.

Gedurende alle dagen had ik geen enkel moment dat ik me bezorgd maakte. Ik had het volste vertrouwen in de vaarleiders Arnold en Walter. Bovendien waren er veel cracks in de buurt, ik noem hier Iede, Han en Arie. Maar ook de meeste andere deelnemers waren op ZVE niveau.
Echt bang ben ik geen moment geweest. Als er iets mis met mij zou gaan, dan zouden ze me gegarandeerd meer dan prima hebben gered en geholpen.
Terug kijkend was het drie keer een/derde: 1/3 lekker gevaren, 1/3 hard werken en de laatste 1/3 was moeizaam. Gelukkig twee hoogtepunten: Vijf keer de branding overwonnen in Baie des des Trépassés en mijn beste surf ooit op mijn laatste vaardag.

Het komend jaar zal ik het grote water gaan opzoeken om er achter te komen of ik nog lekker in mijn boot zit. Het is natuurlijk ook mogelijk dat persoonlijk grenzen verleggen, fisiek er niet meer in zit. Dan moeten de verkregen vaardigheden en de conditie worden behouden.

Zie mijn Finstere album

9 april 2013

De winter is voorbij, veranderende Vecht.

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 20:19

Het witte spul bleef maar komen, het vaorjaar bleef uit. In december t/m maart peddel ik gewoon door, natuurlijk minder als in de andere acht maanden, maar toch. Deze winter 2012-2013 is een absoluut dieptepunt. Met 9 tochten en 172 gevaren, bijna de helft van het vorige minimum 2009-2010 van 255 km in 15 tochtjes.

Zondag weer mijn trainingstocht op de Vecht gevaren, ‘de Koppel’ – ‘de Haandrik’. 21 km met een gemiddelde van 6,9 km/uur. Ik moet behoorlijk trainen om het record 8 km/uur uit 2011 te evenaren.

Komende zondag de “Ommermarathon” varen. 43 km op Vecht en Regge. Gezien de matige conditie zal ik wel de hele dag onderweg zijn.

Gisteren lekker gevaren dus. Het voorjaar komt er aan, 1 grutto en een wolkje kievieten gezien. Aan de waterkant nog geen vers groen gezien, riet en zelfs brandnetel zijn net als de wilgenkatjes erg laat. Alleen de molshopen vieren feest in de dijken van de Vecht.

Hardenberg aan de Vecht. Kapitalen zijn en worden uitgegeven aan het Vechtpark. Meer ruimte voor de Vecht.
De oude Radewijkerbeek meandert in veel stroompjes naar de rivier. Vandaar via een ‘struinpad’ lopen naar de haven. Daar zijn bootjes te huur, waarmee je via de Loozense linie naar de stuw ‘de Haandrik’ kan varen. Of de andere kant op, naar de stuw ‘de Koppel’. De recreatiesluis die schiet nu eindelijk een beetje op.20130326-recreatiesluis-c000140-k Na de zomer kun je door de sluis varen helemaal naar de stuw in Diffelen. En als eens ‘de Haandrik’ sluis ook weer begaanbaar is kun je van Diffelen naar de stuw Hoogstede varen, zonder uit te stappen. Totaal 75 km. Maar ‘de Haandrik is nog lang niet zover, dus blijft de afstand beperkt tot 35 km.

Deze sluis, kijk eens naar het album, is bedoeld voor kleine, niet diep stekende vaartuigen (tot 50 cm). Maar of er veel gebruik van zal worden gemaakt? Ik waag het te betwijfelen. Per jaar vaar ik tussen de 800 en 1000 km op de Vecht. Over de Vechte naar Nordhorn en terug, ook tot aan Zwolle. Ik start en stop op hetzelfde punt. Dus ik vaar eerst tegen de stroom op en na het pauze-punt weer terug met de stroom mee. Het aantal bootjes dat ik tegen kom is minimaal, per jaar totaal hoogstens 10. En dat zijn meestal huur-canadezen. Net als de haven, waar nauwelijks bootjes verhuurd worden, verwacht ik dat de sluis ook weinig passanten zal trekken.

Maar het heeft wel voor werkgelegenheid gezorgd, en terug kerende onderhoudskosten zullen elk jaar blijven komen. Winst is dat Sint Nicolaas nu in de haven aan kan komen.

16 januari 2012

1ste Kanolustrum

Hoort bij: Allgemeen — admin @ 11:44

Mijn eerste kanolustrumjaar

Het is alweer ruim vijf jaar geleden dat ik, als 64-jarige, opnieuw in een kano stapte. Sinds ik als 15-jarige op de Loosdrechtse Plassen begon te peddelen en dat tien jaar volhield, is er veel veranderd. Mijn schip van toen was een zware vurenhouten tweepersoonsplatbodem, waarin omslaan onmogelijk was. Twee sterke mannen konden hem net tillen, maar rollen op ronde paaltjes ging beter. De boot had een dekzeil, pikhaak en hoosblik, zelf ik zat op vlonders. Hij was aan de zijkant mooi “Epifane-wit” en had een strakblauw dek. Helaas is er geen goede foto bewaard gebleven.

Veertig jaar later ging ik opnieuw in de kano, nu leerde ik instappen met peddelbrug, omslaan zonder spatzeil en uit de kano spoelen. Ik moest peddeltechnieken en opkanten leren. Daarna veel peddelen, conditie opbouwen en nog meer peddelen; 20 km werd een normale peddelafstand. Tien maanden later kocht ik een ShoreLine zeekajak bij Klaas Hofman. “WaterTon” noemde ik hem. Meteen heb ik een zeekajak beginnerscursus gevolgd. Toen werd het echt leuk: varen met stroming en rare golven, redden, gered worden en zelfredzaamheid leren.

Bij een lustrum denk je terug en tel je de resultaten. Op mijn lijstje staat tevredenheid, o.a. met het ZeeVaardigheidscertificaat en dat ik kan eskimoteren. Met WaterTon heb ik lekker gepeddeld, meer dan 7000 km. Zelfs met het wildwaterbootje, de Perception Corsica, is 1000 km gevaren. Al met al best wel aardig voor deze Ton, die zelf ook net 70 op de jaarteller heeft.

2008-08-05-ton-in-de-branding_320050_ass
Dan kijk ik verder terug op die 40 kanoloze jaren. Druk, druk, druk. Ik vond een partner, trouwde en we kregen samen kinderen. Het Loosdrechtse varen was een vage, verre herinnering. Ik reed 2.000.000 km om bij klanten aan het werk te gaan, waardoor ik weinig thuis was. Er was zelfs een jaar met 85 overnachtingen, wat veel te veel was. Ik zag veel hotels en restaurants, waardoor ik duidelijk gewichtiger werd. Klussen stelde ik uit tot de VUT, toen ik ze ook gedaan heb.

Koninginnedag 2006, mijn dochter riep: “Pap, je wilde toch gaan kanoën als je gepensioneerd was?” Ja, dat zei ik wel eens als er gevraagd werd wat ik zou gaan doen als dat zover was. Ik liep terug naar dat kanokraampje en kreeg meteen een aanbod om twee avonden ‘het kanoën te proberen’. Vind je het leuk, dan blijf je, zo niet, ook goed. In een kort bootje moest ik rechtuit varen, als dat lukte zou het misschien iets kunnen worden. Toen betaalden 10 jaar Loosdrechtse Plassen zich uit. Met mijn vurenhouten boot moest ik weleens, wind schuin tegen, van de 5e plas via 4, 3, 2 naar de 1e terugvaren, wat alleen kon door een peddel te verlengen om zo krachten te verdelen. Bij dit bootje was dat hetzelfde. En zo ben ik weer in de kano teruggekomen.

Wat zijn de verwachting voor de komende vijf jaar? Eén jaar vooruit denken gaat net. Ik hoop gezond te blijven en te mogen blijven kanoën. Eind 2012 hoop ik de ‘reéntry’ en de ‘noodstop’ te beheersen. Rollen zonder peddel zou dan af en toe een keertje moeten lukken. Het zijn redelijk bescheiden doelen, maar vooral zal ik blijven genieten van varen op het water.

Oudere berichten »

Powered by WordPress